X
Bericht verzonden!
Message sent!

Voorwoord


VOORWOORD

Dit boek gaat over onverkoopbare vermogensrechten. Met de introductie het nieuw burgerlijk wetboek en het daarin opgenomen artikel 3:83(3) BW is per 1 januari 1992 de overdraagbaarheid van andere vermogensrechten dan eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten beperkt. Die andere rechten zijn alleen nog maar overdraagbaar - en dus verkoopbaar - als de wet daarin voorziet.

Vanaf 1991 zijn de nodige publicaties verschenen waarin werd aangedrongen op wijziging van dit nieuwe wettelijk regime. Die observaties werden gesteund door de toenmalig regeringscommissaris Brinkhof in zijn 'Tussenbalans' van 1997 en het rapport van de interdepartementale werkgroep 'Verhandelbare Rechten' uit 2000. Daaropvolgend circuleerde een conceptwetontwerp op het Departement van Justitie dat tijdens een hoorzitting in september 2001overwegend positief werd ontvangen.

Na al deze positieve geluiden verscheen op 21 december 2001 een advies van de Commissie Auteursrecht. Die Commissie adviseerde negatief en meende dat het onderwerp niet voldoende onderzocht en doordacht zou zijn. Met dit advies lijkt het concept wetsontwerp voorlopig 'in de modder geparkeerd'.

Deze studie beoogt twee dingen. Allereerst heeft de rechtspraktijk behoefte aan een nadere inventarisatie van de door het regime van artikel 3:83(3) BW veroorzaakte problemen. Zeker nu de wetgever voorlopig op zijn handen blijft zitten zal de transactiepraktijk deze kwestie het hoofd moeten bieden. Bij overnames en financieringen zal men een beeld moeten hebben van de rechten die vastgebakken blijven aan het vermogen van de verkopende partij c.q. geen voorwerp van een zekerheidsrecht kunnen zijn. Ten tweede wordt nader stilgestaan bij de eventuele 'zegeningen' van het regime van artikel 3:83(3) BW en de risico's die verbonden zouden kunnen zijn aan wijziging van dit regime. Aldus wordt nader onderzocht wat volgens de Commissie Auteursrecht onderzoek behoefde.

Het zal duidelijk zijn dat ik van oordeel ben dat handhaving van de 'status quo' een slechte zaak is. Ik hoop dat deze studie er aan kan bijdragen dat de bestaande situatie snel verandert. Tegelijkertijd dient men realistisch en praktisch te blijven. Ik vrees dan ook dat deze studie nog gedurende lange tijd van belang zal blijven, al was het maar omdat de wetgever vooralsnog bij zijn eventuele plannen tot wetswijziging niet voorzag in een vorm van 'heilung' of terugwerkende kracht. Als dat zo blijft dan kan dit werk nog tot in lengte van jaren in een praktische behoefte voorzien omdat men dan in de toekomst steeds zal moeten verifiëren of een bepaalde overdracht wellicht in de 'donkere jaren na 1 januari 1992' heeft plaatsgevonden.

Aangezien ik me de afgelopen jaren primair bekwaamd heb op het terrein van de intellectuele eigendom en het vermogensrecht sta ik vooral stil bij die rechten wanneer ik de 'andere rechten' behandel. De publiekrechtelijke vermogensrechten zijn dus wat stiefmoederlijk bedeeld. Zij staan echter niet in de kou en behoeven naar het mij voorkomt ook geen afwijkend regime in geval van een wetswijziging.

 

Amsterdam, 15 september 2003



    terug         Tell-a-Friend

     

     

    Print